ARTIST STATEMENT Manouk Hasebos
Gezegend met een overbeet van 11 mm en een achternaam met ‘haas’ erin, zou je kunnen zeggen dat mijn start in ‘de leven’ niet per se soepel was. Maar zodra ik mijn inner Amélie Poulain en Pippi Langkous ontdekte, leerde ik hoe ik met mijn eigenaardigheden kon spelen. Dromerig, eigenzinnig, nieuwsgierig, fantasierijk, met een hands-on mentaliteit. En de kans dat ik ooit écht volwassen word? Klein.

Ik hou van de verhalen van mensen. En eigenlijk is dat de rode draad door mijn carrière tot nu toe: nieuwsgierig naar het hoe en waarom van menselijk gedrag. Een autodidact veldantropoloog. Ik heb gesnuffeld in de wereld van de mode, politiek, journalisme en veel ervaren als leerkracht in het onderwijs. Ik heb geoefend, als mens en als kunstenaar. En eigenlijk voelt het alsof ik met het hoofdstuk van de kunstenaar pas écht is begonnen ben, nu ik daar alle ruimte voor neem, die ik nodig heb.
Met een set gevoelige zintuigen, heb ik een volle ervaring van de wereld. Alles komt binnen. Als mens soms wat veel, maar als kunstenaar een groot cadeau. Niks blijft onopgemerkt. Een gezicht in een deurklink met twee schroeven erboven, het iriserende schild van een strontvlieg, de verfijnde structuur van schimmel op een boterham.
Maar soms ook best ingewikkeld, dat open staan, het ‘sponzen’. Daar heb ik, binnen de GGZ passende hulp bij gezocht en gelukkig ook gekregen. Inmiddels red ik het met mijn eigen vorm van therapie: maken, maken wat ik meemaak. Als een gehaktmolen: onbewerkt vlees erin, verwerkte gehaktgolfjes eruit. Alleen zijn het nooit de golfjes die je zou verwachten.
Ik geef ruimte aan mijn innerkind, want die heeft hier en daar nog wel wat nodig. En dat resulteert in een helder handschrift en een duidelijke identiteit als maker: met nostalgische, speelse, universeel herkenbare elementen in vormgeving, breng ik serieuze, urgente boodschappen. Bijvoorbeeld hoe ik middels de beeldtaal van mijn innerkind in mijn serie ‘ik mag er zijn’ emotionele ruimte win van een snoeiharde inner critic.
Diezelfde combinatie van stevige inhoud in een speels jasje zie ik bij Matthew Barney, David Altmejd, Magritte, Walter Van Beirendonck en Christian Rex van Minnen en laat ik me graag door inspireren.

Maar uiteraard ook door die visie van het kind: een potloodtekening van een gigantisch mensfiguur met aan de ene hand zes en aan de andere hand negen vingers naast een huis dat maar tot zijn knie komt. Alles kan. Er gaat iets uit van veiligheid en vrijheid, omdat het kind nog niet gecorrigeerd is tot in het keurslijf van wat ‘hoort’.
Mijn ‘weapon of choice’ valt niet binnen één discipline. Ik werk het liefst vanuit die boodschap (inhoud). Daar vind ik dan een vorm voor: gerecycled plastic, ge-3D-print porselein, tweedehands gordijnen. En het is helemaal fijn als die vorm een beetje op de blauwe plek drukt die de inhoud aankaart. Bijvoorbeeld wanneer ik kies voor een kinderhandschrift om de boodschap van een grimmige toekomst van ons milieu te verbeelden (zie portfolio ‘ik had toch nog geen plannen voor de toekomst’).
